In zijn jaarlijkse rapport dat in oktober uitkwam, brengt Artprice de secondaire eigentijdse kunstmarkt1 in kaart op basis van de veilingomzetten van 4.500 veilinghuizen wereldwijd.
Volgens Thierry Ehrmann, algemeen directeur van Artprice, heeft de eigentijdse kunst definitief het stokje overgenomen van de moderne kunst als motor van de totale kunstmarkt. In vijftien jaar tijd groeide de omzet van op veilingen verhandelde eigentijdse kunst met maar liefst 1800%. Het voorlopige hoogtepunt bereikte de markt in 2008.
In seizoen 2014-2015 realiseerden de veilingen een omzet van 1,76 miljard dollar en verhandelden werk van 49.000 kunstenaars. Ten opzichte van dit grote aantal is het opvallend dat de markt door slechts tien kunstenaars wordt bepaald, die samen verantwoordelijk blijken voor 35% van de totale omzet. De drie hoogst genoteerde kunstenaars Basquiat, Wool en Koons schrijven gezamenlijk bijna de helft hiervan (320 miljoen dollar) op hun conto. Exemplarisch voor de gigantische groei die de eigentijdse kunst doormaakte, is Peter Doig. Werd zijn werk in 2002 nog voor 455.000 dollar geveild, in 2015 bereikte een van zijn doeken het recordveilingbedrag van 25,9 miljoen dollar.
De Verenigde Staten stoten dit jaar China van de eerste plaats, wat vooral te wijten is aan krimp van de Chinese eigentijdse kunstmarkt. Toch staan in de top-50 nog steeds 17 Chinese kunstenaars. New York blijft het Mekka van de wereldwijde eigentijdse kunst met 36% van alle veilingomzetten. Vermeldenswaard is dat de helft van de New Yorkse veilingomzet gevormd wordt door werken die per stuk minder dan 5.000 dollar opleveren. Volgens Artprice toont dit het democratische karakter van deze kunststad, die zich verder kenmerkt door een groot aantal topgaleries, internationale veilinghuizen en een uitstekend netwerk dat in staat is jonge kunstenaars razendsnel te lanceren.
Europese kunstenaars doen het ook goed. Hun gezamenlijke marktaandeel bedraagt 25% van de wereldwijde eigentijdse kunstmarkt. Duitse en Engelse kunstenaars gaan hierbinnen aan kop, Franse kunstenaars blijven opvallend achter. Volgens de onderzoekers is dit te wijten aan het slechte kunstenaarsklimaat in Frankrijk. Londen is ontegenzeggelijk de hoofdstad van de Europese eigentijdse kunst met een veilingomzet van 410 miljoen dollar en bezorgt het Verenigd Koninkrijk een derde plaats op de internationale veilingmarkt (na de Verenigde Staten en China).
Op de veilingen wereldwijd domineert de schilderkunst (61% van de totale omzet). Tekenkunst is een serieuze markt geworden en inmiddels goed voor 17%. De eigentijdse fotografiemarkt lijkt langzamerhand verzadigd en realiseert nog geen 5% van de totale omzet.
Het rapport van Artprice geeft naast veel cijfers een interessant inzicht in factoren die bepalend zijn voor de loopbaan van topkunstenaars. De onderzoekers onderstrepen dat galeries het meest bepalend zijn voor de zichtbaarheid en waardevermeerdering van het werk van een kunstenaar. Een van de voorbeelden die wordt aangehaald, is de Amerikaanse kunstenaar Christopher Wool (1955), de  nummer 2 op de Artprice-ranglijst. Artprice laat zien dat zijn carrière vooral een vlucht genomen heeft door een belangrijke expositie bij Max Hetzler in Berlijn in 1989 en vervolgens door de representatie door de galeries Gagosian (Los Angeles) en Simon Lee (Londen) vanaf 2006.
Op de ranglijst van de 500 hoogst genoteerde kunstenaars op internationale veilingen blijken Nederlandse kunstenaars te ontbreken. In het oog springt dat daarentegen relatief veel Belgen op de lijst prijken met Michaël Borremans als hoogst genoteerde op plaats 110. De vraag rijst of Nederlandse kunstenaars het relatief slecht doen vanwege een ongunstig vestigingsklimaat (zoals in Frankrijk) of dat het tijd wordt voor de Nederlandse galeriesector om internationaal een stapje bij te zetten.
_________________________

1 De secondaire kunstmarkt maakt naar schatting slechts 10% uit van de totale kunstmarkt. Omdat galeries in de regel geen omzetcijfers bekend maken, kan er naar de omvang van de primaire kunstmarkt alleen maar gegist worden. Hoewel de karakteristieken van beide markten zeer verschillend zijn, zijn de omzetontwikkelingen van de secondaire kunstmarkt om deze reden tot op heden maatgevend.