Onlangs kwamen galeries van over de hele wereld bijeen. Dit keer niet op een van de grote beurzen, maar op het symposium van ‘Talking Galleries’ in het MACBA, museum voor eigentijdse kunst van Barcelona.
Als internationaal platform voor galeriehouders en kunstexperts stelt ‘Talking Galleries’ zich tot doel discussies aan te jagen over actuele onderwerpen binnen de kunstwereld. Op haar vierde symposium slaagde de organisatie opnieuw in deze opzet. Twee dagen lang voerden 150 galeriehouders, directeuren van kunstbeurzen, verzamelaars, curatoren en beeldend kunstenaars uit 20 verschillende landen een levendig debat.
Kopen met je oren
Hoofdspreker Marc Spiegler, Global Director van Art Basel, trapte af met een strategisch discours over het adaptatievermogen dat galeries aan de dag moeten leggen om in te kunnen spelen op de snelle veranderingen in de internationale kunstmarkt. In zijn optiek is het van groot belang dat galeries aansluiting weten te vinden bij een nieuwe generatie welgestelden. Deze heeft volgens hem weinig kennis van kunst, neemt geen tijd om zich in kunst te verdiepen en beschouwt kunstaankopen niet als een moreel verplichte maatschappelijke bijdrage. Hij stelde dat de kunstkoper van de toekomst eerder met zijn oren koopt dan met zijn ogen door vooral op trends te reageren en niet langer zelf een kunstwerk te beoordelen. In dit kader haalde hij de beruchte internetondernemer Stefan Simchowitz aan, die op agressieve wijze kunst verzamelt en verhandelt en daarbij alle (ongeschreven) wetten van de internationale kunstsector schendt, maar wel binnen weet te komen bij de nieuwe rijken. Volgens Marc Spiegler kan de traditionele galerie leren van wat Simchowitz anders doet, zonder te tornen aan haar functie van kennisbaak en rol als betrouwbare tussenpersoon. De sleutel van het succes ligt volgens hem in een verandering van attitude enerzijds en drempelverlaging en vergroting van zichtbaarheid anderzijds. Galeries zouden er goed aan doen hun potentiële klanten met minder superioriteit tegemoet te treden en meer inzicht te geven in de mechanismes die de prijs van kunst bepalen. Daarnaast vindt hij het van belang dat zij zich niet verschansen in de veilige, maar weinig bezochte omgeving van hun expositieruimte. Zij zouden beter de toegang tot het werk van hun kunstenaars vergemakkelijken door dit onder de aandacht te brengen via beurzen en sociale media als Instagram.
De industrie van de kunst
De algemeen directeur van Art Basel benadrukte dat de internationale kunst een echte industrie geworden is en dat het grote geld in toenemende mate de markt bepaalt. Hij trok van leer tegen de veilinghuizen die in zijn optiek met weinig verstand van zaken en uit louter winstbejag opkomende kunst te snel toelaten tot veilingen. Hierdoor wordt deze tegen teleurstellende prijzen verkocht, keldert het vertrouwen van verzamelaars en stagneert de (prijs)ontwikkeling van de kunstenaar in kwestie. Ook de trend dat financiële organisaties in toenemende mate leningen verstrekken met kunst als onderpand is voor Siegler een signaal dat kunst eerder als ruilmiddel dan als product met een maatschappelijke meerwaarde wordt gezien.
Een deel van de galeries blijkt zelf overigens debet aan de verharding en verzakelijking in de kunstwereld. Beeldend kunstenaars Dora García en Lisa Ruyter deelden in een openhartig gesprek met Elizabeth Dee (galeriehouder en medeoprichter van de beurs Independent) hun ervaringen over de samenwerking met galeries. Hieruit kwam niet een eensluidend positief beeld over de galeriewereld naar voren. Hoewel een topgalerie als Marian Goodman geroemd werd om de professionele en oprechte belangenbehartiging van haar kunstenaars, vertelde Lisa Ruyter dat zij veel hinder had ondervonden van de uiterst commerciële instelling van de galeries met wie zij in het verleden heeft gewerkt. Naar haar mening bevindt een kunstenaar zich te vaak in een (financieel) afhankelijke positie ten opzichte van de galerie en loopt hij zelfs het risico niet uitbetaald te worden als hij niet produceert wat de galerie vraagt. Dora García had weliswaar overwegend positieve ervaringen met de galeries die haar representeren, maar viel haar collega wel bij in haar advies dat een galerie in de huidige markt haar inhoudelijke betrokkenheid bij het maakproces en bij de ontwikkeling van de kunstenaar zou moeten vergroten.
Weerstand tegen verandering
Alain Servais, investeerder en ondernemer en een van ’s werelds grootste verzamelaars, sprak eveneens over de belangenbehartiging van de kunstenaar. Hij legde de vinger op een zere plek in het huidige galeriemodel. De galerie is immers zowel belast met de verantwoordelijkheid om de belangen van de kunstenaar te behartigen als om zijn eigen zakelijke belang veilig te stellen en soms conflicteren deze rollen. Zijn suggestie om onafhankelijke agentschappen in het leven te roepen, die zich zouden toeleggen op juridisch advies, de sociale bescherming van de kunstenaar en op diens public relations, stuitte op weerstand van de deelnemende galeries. Zij waren grotendeels van mening dat zij hun rol als belangenbehartiger goed vervullen en dat excessen op dit gebied eerder uitzondering dan regel zijn. De vraag die zich opdringt, maar echter niet aan bod kwam, is of niet in alle landen beroepsverenigingen actief zijn die de positie van de kunstenaar kunnen versterken.
Op weerstand stuitte ook ArtFacts-directeur Marek Claassen, die een voorstel presenteerde voor een klasseringssysteem voor galeries. Hij pleitte voor meer transparantie binnen de sector, waardoor klanten galeries zouden kunnen kiezen op basis van resultaten en inzicht zouden kunnen krijgen in de verhoudingen in de primaire kunstmarkt. Vanuit zijn filosofie van ‘kennis is macht’ is het voor hem onbegrijpelijk dat deze markt nagenoeg onbecijferd is, terwijl zij naar schatting toch 90% van de internationale kunstmarkt uitmaakt en ongeveer 20.000 galeries zou omvatten. Omdat galeries in tegenstelling tot veilinghuizen hun omzetcijfers echter niet publiceren, werkt hij aan een model dat op basis van andere criteria inzicht geeft. Hij suggereerde om galeries door middel van een ‘sterrensysteem’ (vergelijkbaar met dat van de Michelingids) te beoordelen. In dit systeem zou de rangorde bepaald worden door het aantal nieuwe kunstenaars dat een galerie heeft ontdekt en dat zij nog steeds vertegenwoordigt, het aantal internationaal bekende kunstenaars dat zij representeert en het aantal internationale beurzen waaraan zij deelneemt. Een vragenvuur volgde toen Claassen ter afsluiting van zijn presentatie zijn voorlopige top 30 bekendmaakte. Gagosian Gallery – met haar zestien vestigingen wereldwijd en een sterke selectie internationale kunstenaars – voerde niet verrassend de lijst aan. Toch scoort deze galerie zeer slecht op het criteria van de ontdekking van jong talent, wat de vraag opriep in hoeverre dit criterium voldoende meeweegt. Ook werd de behoefte aan een meer kwalitatieve weging gehoord. Gagosian kan bijvoorbeeld wel groot zijn, maar gaat binnen het circuit ook over de tong als een galerie met zeer veel rechtszaken ten gevolge van conflicten met kunstenaars en klanten.
Kennis delen
Hoewel de nieuwe trends het nodige vergden van de flexibiliteit van de aanwezige galeriehouders, kende het Barcelona-symposium van ‘Talking Galleries’ een verrassend open debatsfeer. Vooral de wil om kennis te delen en op basis hiervan verdere professionalisering na te streven, kenmerkte de deelnemers. Annamária Molnár, galeriehouder in Budapest, presenteerde een gedegen marktonderzoek over de huidige kunstbeurzen en deelde ook haar eigen ervaringen. Volgens haar is het economische belang van deze verkoopkanalen onomstotelijk: 40% van de totale internationale kunstomzet wordt op beurzen gerealiseerd en de 22 grootste beurzen trekken samen jaarlijks ruim 1 miljoen bezoekers. Het succes van beurzen is daarnaast af te leiden aan de toename van het aantal beurzen wereldwijd, hoewel onder klanten en galeriehouders de zogenaamde ‘fairtigue’ wel toeneemt. De gemiddelde galerie ‘doet’ 3 tot 6 beurzen per jaar, maar er zijn ook giganten die aan meer dan het dubbele aantal beurzen deelnemen. Molnár onderzocht verder het toelatingspercentage van nieuwe galeries tot de grotere beurzen en concludeert dat het niet gemakkelijk is om als relatief jonge galerie een plaats te bemachtigen. Art Brussels en de Armory Show (New York) laten jaarlijks slechts 15% nieuwkomers toe. Op Liste Basel, een satellietbeurs van Art Basel die vooral op aankomende kunst gericht is, ligt het toelatingspercentage nog lager, namelijk rond 5%.
Meer marktinformatie kwam van de kant van Anders Petterson, directeur van ArtTactic Ltd, een marktonderzoekbureau uit Londen.  Hij bracht de online kunstmarkt in kaart en stelt vast dat deze snel groeit. In de afgelopen drie jaar verdrievoudigde de omzet in dit segment en zijn voorspelling is dat deze in de komende vier jaar nog eens verdrievoudigd. Toch maakt het aandeel ‘online’ met 2,6 miljard dollar per jaar slechts 5% uit van de totale wereldwijde kunstmarkt.
It’s a new deal
Georgina Adams, auteur van het boek ‘Big Bucks: The Explosion of the Art Market in de 21st Century’ en kunstrecensent voor onder andere de Financial Times, vatte het symposium kort en krachtig samen. Zij sprak de gevleugelde woorden ‘It’s a new deal’ en viel Marc Spiegler bij in zijn visie dat galeries ook in de sterk veranderende markt spelers van belang kunnen blijven, mits zij hun koers drastisch wijzigen.